naar Gerry´s homepage

Terug naar index <=> Verder naar volgende

Slachtemarathon - slingerend door Friesland

Raerd-Oosterbierum, 16 juni 2012

Ik vind lopen leuk. Maar ik vind het nog leuker als ik een doel heb. Niet alleen figuurlijk, maar juist ook letterlijk. Als ik echt lang wil lopen, vind ik het moeilijk om in een rondje te lopen. Het lijkt zo zinloos, zo doelloos. En dat is het natuurlijk ook. Veel spannender is het om ´s ochtends vroeg de deur uit te gaan, rugzak mee en telefoon en lopen maar. Geen idee hoe lang, geen idee waarheen precies, gewoon: gaan. Uiteindelijk kom je wel ergens en met een beetje geluk (en verstand) is er een station, of is er iemand die je op wil pikken. Het geeft een beter gevoel en je kunt het verkopen als heuse prestatie. "Ik heb zoveel uur gelopen", klinkt anders dan: "Ik liep naar station Velp en vond het toen wel mooi geweest." Tjonge, Velp, vanuit Borne, dat is VER. Precies.

Wat voor trainingsloopjes geldt, geldt ook voor langere wedstrijden. Een marathon van punt naar punt is veel spannender dan een marathon die eindigt waar hij begon. Maar voor de organisatie betekent het een heel gedoe, want alle deelnemers moeten worden vervoerd, vooraf of achteraf, maar net wat het handigst is. Zo liep ik de Zuiderzeemarathon (start in Urk, finish in Zwolle) en in Duitsland de Mittelrheinmarathon (met de trein langs de Rijn, en dezelfde route lopend retour naar Koblenz). De keer dat het andersom ging, was het meteen chaos: de tien mijl van Parijs-Versailles eindigde in een overvolle RET met een doorweekt treinkaartje ergens ver weg verstopt in mijn loopplunje en licht wanhopige gendarmes die de massa lopers in bedwang moesten houden.

Bij de Slachtemarathon, een marathon over een oude zeedijk in Friesland, heeft men gekozen voor de variant van het vervoer vooraf. De route loopt van Raerd naar Oosterbierum, dat wil zeggen, zo liep hij dit jaar. De Slachtemarathon wordt om de vier jaar georganiseerd en voert de ene keer van zuid naar noord en de andere keer van noord naar zuid. De eerste keer, in 2000, was ik er al bij. Als Fries ´om útens´ mocht ik zo´n unieke marathon niet missen natuurlijk.

Naast de marathon wordt er ook gewandeld. De wandelaars starten na de hardlopers, in series vanaf zeven uur. De marathonlopers starten dus al om half zeven ´s ochtends. Da´s vroeg, inderdaad. Heel vroeg zelfs. En vanwege het busvervoer vooraf is de nacht voor de meeste marathonlopers dan ook heel erg kort.

Na de eerste keer logeren bij mijn ouders in Heerenveen, de tweede keer bij een vriendin in Harlingen en de derde keer bij mijn broer in Heerenveen, kiezen Piet en ik nu voor de luxe van een hotel in Leeuwarden. En, ook prettig, een lift naar de start. Inge, een snelle dame in de categorie vijftigplus, doet dit jaar ook mee, voor het eerst. Ze woont in Leeuwarden en wordt door een vriendin naar de start gebracht. Ja, natuurlijk is er nog plaats voor mij in de auto. Piet kan de hele dag meerijden met Jacinta, die Inge van gelletjes zal voorzien. Mooi geregeld.

De avond ervoor gaan we met z'n vieren uit eten. We toosten op een mooie Slachte. Eén glaasje wijn, moet kunnen. En om tien uur naar bed.

En zo sta ik, zowaar redelijk uitgerust, al om kwart voor zes bij de start in Raerd. Het nadeel van vroeg opstaan is dat de normale rituelen niet meer kloppen. "Ik ga even inlopen", zegt Inge, een beetje benauwd, "want ik ben nog niet naar de wc geweest." En dat is niet fijn vlak voor een marathon. Ik realiseer me dat dat voor mij ook geldt. En dus zit er weinig anders op dan de straten van Raerd te verkennen, hoe hobbeliger hoe beter. Na een minuut of tien duiken we het dorpshuis in, op zoek naar een toilet. Zo, dat lucht op.

In Inge´s kielzog beland ik in het startvak van snelle lopers. Het enige verschil is dat er meer ruimte is, verder gaat het er net zoals in de andere startvakken. Nerveus gedrentel, het begroeten van bekenden, het kijken naar elkaars outfit ("Ah, jij loopt op die nieuwe Saucony´s? Wat vind je ervan?") en het kijken op het horloge. Is het al half zeven, is het al tijd?

Maar om half zeven blijkt er nog een bus onderweg te zijn en de start wordt een paar minuten uitgesteld. Ik heb alle besef van tijd verloren, dus mij maakt het niet uit. Dan opeens een knal en daar gaan we, op weg naar het noorden.

Het is nog fris zo ´s ochtends vroeg, maar binnen tien minuten merk ik dat ik het warm heb. Ik ben blij dat ik op het laatste moment nog heb gekozen voor een hemdje. We lopen door een grijze ochtend, door een verlaten omgeving. Er wordt niet veel gepraat, iedereen zoekt zijn ritme. Of het is gewoon vroeg, dat kan natuurlijk ook.

Op het punt waar voor het eerst toeschouwers staan, zie ik Piet en Jacinta. Ze zwaaien, maar voordat ik het weet ben ik er al voorbij. Ik ben blijkbaar nog niet helemaal wakker. Het wordt tijd om wat meer om me heen te kijken. Voor en achter me lopen al een tijdje dezelfde mensen. Aan een van de lopers vraag ik of het zijn eerste Slachtemarathon is. Ja, dat is zo. Aan zijn tongval te horen een westerling, maar hij verbaast me door een paar nette Friese zinnen te produceren. "Tjonge, je spreekt goed Fries!", zeg ik. "Nou, na dertig jaar is het wel wat sleets geworden hoor", antwoordt hij. Aha, nog zo´n geëmigreerde Fries dus. "Geldt voor mij ook", zeg ik, "tot mijn achttiende woonde ik in Heerenveen." Zijn blik draait meteen opzij. "Daar kom ik ook vandaan. Hoe oud ben je?" "Achtenveertig." "Ik ook! Op welke school zat je?"

Ja, dat kon in die tijd nog. In dezelfde plaats wonen, even oud zijn, maar volstrekt gescheiden opgroeien. Mijn ouders waren gereformeerd, ik zat op de christelijke middelbare school. Zijn ouders waren ook ooit gereformeerd, maar toen al niet meer, en hij zat op de Rijksscholengemeenschap. "Een mooie tijd", mijmert hij. Dat gold voor mij wat minder. Ik zat op een school waar veel moest en weinig mocht. Ik was blij dat ik weg kon, weg uit de benauwde omgeving, de wereld in. Het is lang geleden, maar opeens wordt, ergens op de Slachtedijk, het verleden weer springlevend.

"Wat is je doel?", vraag ik even later. Het antwoord is verrassend. "Ik loop de Slachte om erover te schrijven voor het magazine van Run2Day. Maar het duurt nog wel even voordat je dat kunt lezen, want het verschijnt maar twee keer per jaar, in het voorjaar en het najaar." Ik kijk nog eens opzij, want ik ken deze man, dat weet ik zeker. Niet uit Heerenveen, maar uit de media. Ah ja, ik zie het al, het is Bram Bakker, de lopende psychiater.

Zo rijgen we, samen met vijftienhonderd andere deelnemers, de kilometers aaneen. De Slachte slingert door de weilanden, met hier en daar een muziekkorps, een boerderij, een dorpje en om de vijf kilometer een verzorgingspost. Door de regen zijn de onverharde gedeeltes van de dijk, met Friese klei als ondergrond, een grote, spekgladde blubberzooi. Het lijkt niet eens meer op hardlopen wat we doen, het is springen, glijden en ploeteren. Nee, een pr wordt het bepaald niet vandaag.

"Hé, Step One, Borne", hoor ik opeens vanaf de kant. "Doe Han de groeten!" "Zal ik doen!", kan ik nog net roepen, maar ik heb geen tijd meer om te vragen van wie. Ik moet verder, naar Oosterbierum. Hopelijk komt Han er ooit nog achter wie het was.

Vanaf Achlum hebben we de wind in de rug. Da´s mooi, want ik begin mijn benen te voelen. Helaas, er komt nog een onverhard gedeelte en een steile brug. Zo steil zelfs dat we verplicht moeten wandelen. Een snelle tijd is nu definitief onhaalbaar en ik loop de laatste kilometers ontspannen uit. De zon is te voorschijn gekomen en het weidse Friese land ligt er prachtig bij. Het nadeel van die vlakte is wel dat ik bij het 38-kilometerpunt de kleurige tenten van het finishterrein kan zien liggen. Tjonge, da´s nog best ver.

Tussen vrolijke vlaggen door bereik ik het 42-kilometerpunt. In goed Engels (Engels? We zijn hier in Friesland!) staat er ´The End´ op een grote boog. Blijkbaar zijn er al wat lopers geweest die - niet geheel onlogisch - dachten dat het de finish was, want er wordt vanaf de kant geroepen: "Nog tweehonderd meter, dan ben je er!"

En inderdaad, nog tweehonderd meter en ik kan high-fiven met Piet en Jacinta. Het zit er weer op, mijn vierde Slachte. Na ruim drie-en-een-half uur (om precies te zijn: 3:33:58) mag ik mijn zegeltje-in-plexiglas ophalen.

Ook dit keer weer keurig voor de koffie binnen, zou mijn moeder zeggen.


This page is linked to the home page of Gerry Visser